Dochter en vader

Rondje Nederland: op de fiets langs Nivonhuizen

De Utrechtse Jo ter Beeke en Ronald de Klein fietsen een week langs verschillende Nivonhuizen in Nederland. Ik spreek met ze over hun activiteit binnen het Nivon en het belang van jongeren.

Tekst: Floor Verkerk

Een hele week hebben ze ervoor uitgetrokken. Binnen die week fietsen ze onder andere langs het ABK-huis in Hall, Den Broam in Buurse en het Hunehuis in Havelte. Het is de eerste keer dat ze met een fietstocht meerdere huizen aandoen, maar ze zijn al zeker wel lang bekend met Nivon. ‘’Ik wou het al heel erg lang,’’ geeft Jo aan. ‘’het leek mij zo leuk om langs meerdere huizen te fietsen. Nederland is zo mooi en Nivonhuizen zijn erg praktisch.’’ Jo en Ronald zijn al 35 jaar lid bij Nivon. Toen ze kinderen kregen, twee dochters, zijn ze veel naar Nivonhuizen gegaan voor hen. Ronald: ‘’Ik vind het concept vooral erg leuk als je kinderen hebt. Het is voor hen een makkelijke manier om elkaar te ontmoeten. Ze spelen spelletjes met elkaar en gaan samen het bos in.’’ Hun kinderen zijn er echt mee groot geworden en zijn zelf ook nog steeds actief. Dochter Dana is bijvoorbeeld bestuurslid bij JUMP Zomerkampen en gaat mee op Tref-kampen. ‘’Dat vinden we ook zo belangrijk, dat de jeugd betrokken blijft bij het Nivon. Wat we echt niet willen is dat Nivonhuizen verdwijnen door de vergrijzing binnen de organisatie. Het is echt belangrijk dat er nieuwe aanwas komt.’’

Vader en dochterFoto: Ronald de Klein (rechts) en dochter Dana (links) door Floor Verkerk

Jo en Ronald kiezen er ook voor om in hun privé leven in een sociale setting te wonen. Ze wonen in de binnenstad van Utrecht in een centraal woonproject. Ze hebben hier hun eigen woning, maar hebben ook gemeenschappelijke ruimtes waarmee ze de gelegenheid hebben toenadering tot andere mensen te zoeken. ‘’Het is echt onze manier van leven en daar voelen wij ons heel erg prettig bij. Je deelt een aantal faciliteiten en daarmee is het een soort vereniging. Het heeft zeker overeenkomsten met een Nivonhuis, maar de setting is net anders.’’ Minimaal twee keer per jaar bezoeken ze een Nivonhuis. Met de kerst gaan ze altijd met een grote groep vrienden en ze gaan minstens één keer per jaar een weekendje weg. Zo’n lange fietstocht langs de huizen als nu, hebben ze niet eerder gedaan. Wel zijn ze af en toe naar een huis gefietst en zijn ze de volgende ochtend weer teruggefietst naar Utrecht. ‘’Het is zo lekker makkelijk om even last minute ervoor te kiezen om een huis te bezoeken als het lekker weer is. Er is vaak wel plek.’’

Meegroeien met verandering

In het verleden deden Jo en Ronald ook wel vaker mee met activiteiten. ‘’We zijn in het verleden weleens mee geweest met weekenden van Nivon Utrecht en we hebben enkele dagen geholpen bij diverse huizen. Dan gingen we schoonmaken en hout hakken in het bos. Nu hebben we daar niet zoveel tijd meer voor doordat we veel werken.’’ Jo geeft ook aan dat het in het verleden net iets anders was in Nivonhuizen: ‘’In het begin moesten we altijd helpen met het schoonmaken van het huis. Dan kwam je een huis binnen en dan kreeg je een soort corvee-taakje, ook al was je er maar een nachtje. Het gaf wel heel erg een soort binding. Je voelde je meer betrokken bij een huis.’’ Volgens Ronald had dat ook een meerwaarde in hun eigen gezinsleven. ‘’Dat schoonmaken was pedagogisch heel erg slim. Onze kinderen waren daardoor ook meer oplettend op dat ze thuis wellicht ook konden helpen met schoonmaken.’’ Toch begrijpt Jo wel dat dat nu veranderd is. ‘’De maatschappij is veranderd en Nivonhuizen zijn daar ook in meegegroeid. Dat is heel erg logisch. En eigenlijk vind ik het ook wel lekker om niet te hoeven schoonmaken als ik een weekendje weg ben.’’ Jo denkt ook dat jongeren het niet gewend zijn en dat het daarom belangrijk is om mee te groeien met de maatschappij. ‘’Ik vind het juist zo leuk dat mijn dochter Dana actief is binnen het Nivon. Dat ze met een groep van haar bestuur naar het Zeehuis gaat. Dat zouden veel meer jongeren moeten doen. Daarom vind ik het ook zo leuk dat er met NivonJong meer activiteiten worden georganiseerd. De jongeren zijn tenslotte de toekomst.’’