Water

Je kunt niet weglopen wanneer het moeilijk wordt

“Ontgin waar niemand vruchtbaarheid vermoedt.
Elke woestijn heeft zijn wel, geloof onafgebroken.
Hier moet water zijn.”

Uit: Voorschrift – Hendrik Marsman

 

De werkgroep Historie Nivon verzamelt materiaal uit het Nivon-verleden om voor de toekomst te bewaren. Herman van Kordenoordt voert gesprekken met leden en legt deze interviews vast op cd. Van de meeste gesprekken verschijnt ook een artikel in Toorts en op Nivon.nl.

 

Interview met Leo van Manen

Tekst: Sjoerd Kemeling
Interview en foto: Herman van Kordenoordt

Leo van ManenLeo werd geboren op 19-5-1936  in de Geitenkamp, een Arnhemse arbeiderswijk, in een woning van de “Algemene”. Vader was er werkzaam als schilder. Praten over de oorlog emotioneert hem nog altijd. Het gezin moest in 1944 vluchten vanwege operatie Market Garden, ook bekend als de slag om Arnhem. Met een kar vol spullen, soms schuilend in een greppel. De kleine Leo min of meer steppend en trappend op de fiets van moeder. “Daar moet ik vaak aan denken, als ik nu beelden van vluchtelingen zie.” Ook mistte een granaatscherf vader op een haar, maar niet het fotoboek dat Leo gelukkig toch nog heeft. ,,Ik moet vaak aan die tijd denken, als ik nu beelden van vluchtelingen zie.” Door die oorlog liep het met school niet helemaal goed. Leo bleek langzaam met leren. “Ik ben overal traag mee. Dat is nooit anders geworden.” In 1947 overleed vader. Gelukkig was er veel steun van vrienden uit de Rode Familie en kreeg moeder werk in het huishouden bij een freule. Het was een zware tijd.

Ondertussen was Leo, eigenlijk veel te jong, lid geworden van de AJC. Als 11-jarige maakte hij het Vriendschapsfeest mee. “Alleen met de trein naar Amsterdam”. Hij ging naar de ambachtsschool om elektricien te worden. Destijds was bedacht, teneinde snel vaklieden op te leiden, om de vierjarige ambachtsschool in twee jaar te geven. Leo was niet de enige die daar moeite mee had. Gelukkig was er een rode leerkracht die de hele klas bijspijkerde.

“Vijf jaar na mijn vader overleed ook moeder. Aan kanker”. Leo werd, 16 jaar oud, opgevangen door een tante en oom. “Geweldige pleegouders”. Het huis van moeder werd leeggehaald. Daarvan moest de steun worden terugbetaald. Een paar dingetjes werden door familieleden teruggekocht en later aan Leo gegeven. Leo werkte toen al. Via iemand uit de Rode Familie kreeg hij een aanstelling bij de PTT. “Eigenlijk vriendjespolitiek.” Via de bedrijfsopleiding haalde Leo diverse diploma’s.

AJC

Inmiddels was Leo secretaris geworden van zijn koppel van de AJC. .”Ik kon eigenlijk helemaal geen verhaal schrijven. Er zat geen lijn in.” Hij maakte interessante bijeenkomsten mee op de Paasheuvel. “Wim Thomassen was daar vaak spreker.” Als jongvolwassene maakte Leo de opheffing mee van de AJC. Toen koos hij voor de “logische overgang” naar het Instituut. Het Nivon organiseerde bijeenkomsten in de schouwburg (Cilli Wang, Otto Sterman) maar ook excursies naar bijvoorbeeld de Deltawerken. Hij nam deel aan vogelexcursies. “Ik kan nog steeds geen mus van een kraai onderscheiden, maar werd wel een liefhebber van het beleven van de natuur.” Daarom deed Leo ook mee aan (vergeefse) acties tegen de aanleg van de A50, dwars over de Veluwe.

Hij werd penningmeester van de Natuurvriendencommissie. “Ik was van het kamperen en de wandelingen”. In 1960 begon het echte werk. Hij werd gevraagd intermediair te worden tussen het afdelingsbestuur en het Nivon jongerenwerk. Hij zat gelijktijdig in beide besturen. De oprichtingsbijeenkomst van het Arnhemse Nivon jongerenwerk was in de Kleine Bosbeek. Leo en Nolda trouwden een paar dagen voor die bijeenkomst. Albert van der Weij sprak er. Er waren 20-30 jongeren. Het was hartstikke gezellig. “Alleen bleek ’s nachts slapen het tweede doel en keet maken het eerste”. Er kwamen een wastafel en een brandblusser naar beneden. Gelukkig tilde de beheercommissie er niet al te zwaar aan. Met de jongeren organiseerden ze weekenden in het ABK-huis. “Ze vergaderden bij ons thuis”. Nolda en Leo waren, nauwelijks vijf jaar ouder, een soort vertrouwenspersonen.

Begin jaren 60 werd het landelijk congres gehouden in Musis Sacrum in Arnhem. Leo was verantwoordelijk voor de inkwartiering van de deelnemers. In 1966 kwam het verzoek penningmeester te worden van het afdelingsbestuur. Leo stopte met de jongeren. “Die konden het best zelf.” Al doende bekwaamde Leo zich in de nieuwe drukke klus. De penningen van Nivon-Arnhem werden ongeveer 30 jaar door hem beheerd.

Het cursuswerk nam een enorme vlucht. Ze hadden daarvoor de beschikking over een deel van het souterrain van vakbondsgebouw “De Opbouw.” Pottenbakken, emailleren, Engels, tekenen, schilderen, fotograferen, bamboefluiten, een muziekgroep, beeldhouwen, kunstgeschiedenis en veel meer. Er waren jaarlijks 500/600 cursisten. De afdeling had 1200 leden.

Veel vriendschappen

Van de gemeente ontving men een behoorlijke subsidie. Het werk nam toe. Bij een kasverschil zei Nolda soms om half twee ‘s nachts: “Kom we gaan slapen, morgen verder.” Via de PTT kwam er vrij snel een computer met een boekhoudprogramma. Er ging veel geld om en alles moest verantwoord worden aan de gemeente en aan de leden. “Je was er het hele jaar mee bezig.” Na een tijdje werd de inschrijving van de cursussen door een ander gedaan. De incasso bleef bij Leo.

Natuurvriendenhuis De Bosbeek BennekomLeo besloot met het penningmeesterschap te stoppen als hij met pensioen zou gaan. Vanaf die tijd richtte hij zijn aandacht en energie op de Bosbeek. Zo was hij betrokken bij de organisatie van de Seniorweken, maar voor andere werkzaamheden liep Leo ook niet weg. Een waterleiding solderen, een muurtje weghalen. Leo deed overal aan mee. Aanvankelijk dacht hij er geen verstand van te hebben. Toch werd Leo milieucoördinator in de Beheercommissie. “Wij zijn een Natuurvriendenhuis, dan moeten wij ons ook als natuurvrienden gedragen.” Afval scheiden, spaarlampen, een composthoop en zuinig afgestelde kranen. De Bosbeek deed mee aan het project “Milieubarometer”.

“We haalden het eerste jaar brons.” Met behulp van subsidie werden meer maatregelen genomen, Een zonneboiler op het dak en dubbel glas in de publieksruimten. De bezoekers konden het verbruik allemaal volgen via een paneel. Na het overlijden van Hugo Hoogerhuis werd Leo ook penningmeester van de Beheercommissie en werd de verantwoordelijke voor de brandpreventie. Daarna volgde nog de legionellaproblematiek . “Wel een beetje veel.” Rond 2004 stopte Leo met de werkzaamheden bij de Bosbeek. “Ik heb een leuk afscheid gehad. Ze hebben me toegezongen. Dat vond ik wel plezierig.”

Iets voor elkaar krijgen

Leo van Manen stelt dat hij in het leven veel gehad heeft aan de AJC en het Nivon: “Ik had veel dingen niet durven doen”. Het heeft hem ook veel vriendschappen opgeleverd. Maar ook geduld opbrengen iets voor elkaar te krijgen. Hij draagt het gedichtje voor dat bovenaan dit bericht staat. Hij voel zich verantwoordelijk en geeft niet gauw op. “Je kunt niet weglopen wanneer het moeilijk wordt.”