Toorts Magazine

Drie generaties Nivon

Dik van der Hilst

Direct na de eerste begroeting in zijn huis in Amsterdam, begint zijn verhaal over het Nivon, maar liever spreekt Dik van der Hilst (87) over het Instituut, om het vervolgens af te wisselen door het de club te noemen. ‘De naam Instituut is door mijn generatie altijd wel een beetje blijven bestaan. Niet dat het Nivon geen goede naam is, maar het Instituut is het begin geweest van de beweging, een andere beweging dan nu.’ Als we tegenover elkaar aan tafel zitten, laat hij een artikel zien van dertien jaar geleden. De afdeling Boven ‘t IJ viert dan zijn veertigjarig jubileum. Dik is dan nog vice-voorzitter van de afdeling. Niet lang daarna zal hij ermee stoppen. ‘Je moet jongeren een kans geven, anders is er geen continuïteit.’ Aan het eind van ons gesprek komt hij erop terug: ‘Misschien heeft mijn generatie het niet goed gedaan; zijn we te lang actief gebleven.’

Solidariteit

Aan de kantlijn van het artikel is een correctie aangebracht. Niet in 1938 werd hij lid maar zeven jaar eerder op achttienjarige leeftijd, meldde Dik zich aan. ‘Ik wilde ergens bijhoren. Achtenzestig jaar geleden was het een andere tijd. Er was veel werkloosheid en het opkomend fascisme kwam steeds dichterbij. Daar wilde je als jongere een antwoord op geven. Het Instituut was dan weliswaar geen politieke beweging, maar hoorde bij de Rode Familie. Toen zag je bij natuurvriendenhuizen, waar ik veel naar toe ging, naast de Nivon vlag een rode vlag wapperen, dat zie je niet meer. Het is nu wat bleker geworden.

Ik vind het moeilijk om uit te kunnen leggen hoe het toen allemaal was. De herinneringen zitten in mijn hoofd opgeslagen, veel persoonlijke herinneringen. Wat zegt het mensen nog; verhalen van een oude man.’ Even zwijgt zijn stem en kijkt naar buiten om daarna weer door te gaan. ‘Als je het lidmaatschap toen met nu vergelijkt, was er in de begintijd meer solidariteit. Je was veel emotioneler bij de club betrokken. Ja, het heeft iets met je gedaan. De club is van grote betekenis voor je persoonlijke ontwikkeling geweest. Belangrijk was het streven naar kennis. Nu is er kennis, macht en inkomen. Dat maakt de club zo anders, vind ik. Het lidmaatschap heeft een andere betekenis gekregen.’

De wederopbouw

In 1940 werd het Instituut opgeheven in afwachting van andere tijden. ‘De landelijke administratie werd spontaan vernietigd, zodat die niet in de handen van de bezetters zou vallen. Achteraf is het goed dat we weinig vertrouwen hadden. In 1946 werd besloten tot de heroprichting van de afdelingen Nieuwendam, Tuindorp-Oostzaan en Midden-Noord.’ Er was behoefte aan een nieuw begin. Het ledental groeit dan al snel naar zo’n 350 leden per afdeling. ‘Niet ik, maar mijn vrouw wordt direct actief binnen de afdeling. Ik richt mij na de oorlog eerst op de politiek, waarmee ik tot 1956 heel druk ben. Door onze werkzaamheden voor de partij en het Instituut zijn we ‘s avonds weinig thuis. Pas eind jaren vijftig ga ik me ermee bemoeien. Van 1959 tot 1982 ben ik voorzitter van onze afdeling. Wat ik me altijd zal blijven herinneren is dat er bijna geen geld was om activiteiten te ontplooien. Iedereen kende elkaar en regelde sprekers, lezinkjes voor niets. Het was immers voor de club. Mensen die het Instituut nauwelijks kenden vonden dat maar vreemd, geloof ik. Ik herinner me nog een subsidiebespreking met een ambtenaar van de gemeente. Hij kon of wilde het misschien niet begrijpen dat wij uit een soort idealisme handelden.’

Prestatie

Het idealisme is gebleven, vindt Dik van der Hilst. ‘Ik weet nog dat we hier in Noord een kerk vol hebben gekregen omdat we de situatie in Zuid-Afrika onder de aandacht wilden brengen. Het moet in de jaren zestig zijn geweest dat we dominee Buskus en Donald Jones zover kregen dat zij voor het Instituut wilden optreden. De “echte” kerkbezoekers waren verontwaardigd: hun kerk was “bezet”.’

Terugzien

Een paar jaar geleden heeft Dik afscheid genomen, zonder spijt. Hij vond dat jongeren de kans moeten hebben om kleur te geven aan het Nivon, gerelateerd aan de tijd waarin we nu leven. Hij volgt het Nivon nu op afstand. Activiteiten bezoekt hij niet meer. Wat hij erg jammer vindt. ‘Fysiek is het een stuk minder geworden, ik hoor een stuk minder, loop slecht en door vele medicijnen start ik ‘s morgens pas na elf uur.’ Na een korte stilte en enigszins weemoedig: ‘Wat gebleven is, zijn de vrienden, de sociale contacten. Nivonners zijn vriendelijke mensen. Dat laat je nooit meer los.’

Marianne Borgman

Voor Marianne Borgman (43) voorzitter van de beheercommissie kampeerterrein de Meenthe was het Nivon als beweging niet haar eerste keus. Ze is zestien jaar als ze na een leuke tijd bij de NJN (Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie) iets anders wil gaan doen. ‘Ik word lid van de JS (Jonge Socialisten) waar ik Felix Rottenberg, Margo Vliegenthart en Ruud Vreeman leer kennen en kom later in het hoofdbestuur. Iets kunnen doen op landelijk niveau en heel dicht op de huid van de dagelijkse politiek spreekt me aan. Mijn politieke belangstelling en mijn rol nu binnen het Nivon, hebben veel te maken met die positieve tik die je van thuis mee krijgt. Mijn ouders zijn oud-AJC-ers en hebben later bestuurlijke functies gehad binnen de PvdA. Als gedeputeerde van Zuid-Holland is mijn vader heel actief geweest om een fietsenplan in de provincie te realiseren. Voor één periode was hij lid van de Eerste Kamer. Het is nooit met zoveel woorden gezegd, maar ik denk dat men binnen de partij vond dat hij te links was. Ik ben daar trots op.’

‘Laat mij maar voorzitter zijn’

Na haar studie geschiedenis en aardrijkskunde, verhuist Marianne van Gouda naar Leeuwarden. ‘Opeens heb je het dan heel erg druk en geen tijd voor andere dingen. Het werk voor de JS is dan ook niet langer te combineren. Dat is nu meer dan dertien jaar geleden. Onze eerste dochter is dan al geboren. Je doet dan andere dingen; vanuit Leeuwarden fietsen we in het weekend dan veel. Op een keer fietsten we in Noordwolde langs het kampeerterrein de Meenthe. Ik herken het logo van het Nivon. De plek ziet er leuk uit. We worden lid en gaan regelmatig voor een weekend kamperen. Ook als we een paar jaar later inmiddels drie kinderen hebben, blijven we op de Meenthe komen. Door de beheerder word ik gevraagd of ik in de beheercommissie wil komen. Ik wil dat wel, maar op één voorwaarde: laat mij voorzitter zijn. Ik heb namelijk helemaal geen verstand van technische zaken. Wat ik hartstikke leuk vind aan het voorzitter zijn is dat je mensen met verschillende achtergronden bij elkaar brengt. Het levert bovendien veel energie op en je leert van elkaar. Dat is wat naar mijn mening het Nivon zo kenmerkt. Je moet er gewoon lol in hebben om het te willen doen.’

Generatiekloof

Afgelopen zomer was Marianne samen met een vriendin voor het eerst terreinwacht op de Meenthe. Dan zegt ze: ‘Omdat we werkzaam zijn in het onderwijs kunnen we dit doen. Je bent minder afhankelijk van een vakantieperiode dan iemand die niet in het onderwijs zit. Een zomervakantie telt voor ons zeven weken. Als je maar drie tot vier weken vakantie per jaar hebt, zul je het niet kunnen doen. Toch zijn er mensen, juist van mijn generatie, die me voor gek verklaren, want waarom zou je een deel van je vakantie opofferen voor het beheren van een camping! Daar maak ik me we eens zorgen over; generaties lopen niet in elkaar over. Er is minder behoefte om je te binden. Zelf ben ik daar ook niet helemaal vrij van. Mijn generatie is nog meer op zichzelf dan die van mijn ouders. Soms zie je dat de verschillende leeftijdscategorieën, binnen het Nivon, niet makkelijk op elkaar aansluiten. Ik heb dat gemerkt in de afdeling Leeuwarden, waar ik lang geleden een paar keer ben geweest. De activiteiten waren voor een andere generatie bedoeld; niet de mijne. Je kunt dat niemand kwalijk nemen. Er is van alles geprobeerd om een verbinding tot stand te brengen. Ik ben er niet meer naartoe gegaan. Toch heb ik veel waardering voor wat alle afdelingen nastreven. Maar mijn hart ligt bij de Meenthe.’

‘En’, gaat ze even later verder, ‘de Meenthe houdt niet voor me op. Je moet aandacht blijven vragen. Dat is de enige manier om mensen met de Meenthe kennis te laten maken. Het Nivon heeft veel te bieden en dat moet je kenbaar maken. Daarom zoek ik mijn eigen weg naar de publiciteit. Het radioprogramma Vroege Vogels heeft hier op locatie opnames gemaakt. Dat betekent dat je in “the picture” bent. Een paar jaar geleden werkte ik mee aan een radioprogramma op de Bosbeek; meer algemeen over het Nivon. Later hoorde ik dat er enigszins teleurgesteld gereageerd werd op het wellicht te nadrukkelijke financiële aspect in het radioprogramma. Ik begrijp dat dan niet zo goed. Je mag daar best iets over zeggen.’

Profileren

‘Dan opeens, merk je dat er een soort netwerk binnen het Nivon bestaat. Nog niet zo lang geleden werd ik gevraagd om in de kandidatencommissie zitting te nemen. Waarom ik gevraagd ben, weet ik niet. Een paar keer hebben we nu vergaderd. Ik ben redelijk blanco, maar wat ik heel belangrijk vind, is dat het Nivon zich blijft profileren als een progressieve beweging. We moeten er met z’n allen voor zorgen dat het Nivon niet tot stilstand gedwongen wordt. Daarvoor is de geschiedenis te waardevol. Ook na vijfenzeventig jaar heeft het Nivon bestaansrecht.’

Ernst Arbouw

‘Onlangs liep ik met een paar vrienden een stukje over het Domelapad en realiseerde me dat dat eigenlijk van ons is.’ Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht als hij ‘ons’ zegt. ‘Het gekke is wel dat zoveel mensen buiten het Nivon dit nauwelijks weten. Het Domelapad, het Peterpad zijn bekend, maar dat ze door vrijwilligers van het Nivon gemaakt zijn, daar staat niemand verder bij stil. Soms verbaast me dat. Het is belangrijk onderdeel van de Arbeidersbeweging. Ik denk wel eens dat zonder die beweging er wellicht geen Domelapad gemaakt zou zijn.’ Dit zegt Ernst. F. Arbouw (27) actief binnen Nivon Jeugd en Jongeren.

Hij is vijftien jaar als hij met een groepje Nivonners met de rugzak op gaat wandelen. Hij kent het Nivon dan slechts van naam. Niet veel later bezoekt Ernst de vormingsweekends en gaat zich bezighouden met de werkgroep Prikkeldraad: de politieke werkgroep van Jeugd en Jongeren. ‘Ik houd van een politieke discussie. Als werkgroep richtten we ons niet op grote belangwekkende politieke thema’s, daar gaat het ook niet om. Je kiest voor thema’s die jij belangrijk vindt. We zijn een eigen vereniging voor en door jongeren. Daar ben je dan ook mee bezig. Tijdens de vormingsweekenden discussieerden we veel en lang. Eigenlijk wil je niets liever dan groots en meeslepend leven.’ Een paar jaar later houdt de werkgroep Prikkeldraad op te bestaan. Ernst weet niet waarom

Ons Honk

In de tien jaar dat Ernst actief is in Nivon Jeugd en Jongeren is er veel gebeurd. Er is altijd wel een vaste kern gebleven waaruit blijvende vriendschappen zijn ontstaan. Ook zijn er herinneringen. In Aansteker, het ledenblad van Nivon Jeugd en Jongeren, schrijft Ernst: ‘Honk-herinneringen. Ik zit er vol mee. Als ik door Lage Vuursche loop, zie ik een soort staalkaart van de afgelopen tien jaar, de periode tussen mijn vijftiende en m’n vijfentwintigste. ‘Weet je nog die ene keer dat….’ Verhalen van een jongen die volwassen wordt. De eerste keer dronken. Een eerste jointje. Dat ene meisje met kerstboomslingers in haar haren, en hoe ik voorzichtig m’n armen om haar heen sloeg. Herinneringen als ik langs de Koudelaan loop. De afgelopen tien jaar is Ons Honk ook voor een klein beetje van mij geworden samen met al die andere mensen dier er de afgelopen zestig jaar rondgelopen hebben.’ Ons Honk is gesloten. Ernst vindt dat nog steeds jammer, meer wil hij er niet over zeggen.

Drieëntwintig Plus

Voor Ernst komt er volgend jaar een einde aan het jongerenwerk. Het jeugd en jongerenwerk kent immers een leeftijdsgrens van 26 jaar. Ernst weet nog niet helemaal wat hij dan voor het “oudere” Nivon zou willen doen. ‘Afgelopen zomer begeleidde ik een jongerenreis in Noorwegen. Ik vind dat heel leuk om te doen. Het is natuurlijk anders dan vormingsweekenden en Ons Honk. Er zou een aansluiting moeten zijn met het “oudere” Nivon.

Als jongeren hebben we daarom het initiatief genomen de werkgroep Drieëntwintig plus te starten. We willen hiermee een brug slaan tussen het Nivon en het jongerenwerk. Er is, zo heb ik begrepen, positief op gereageerd. Ik ben met Drieëntwintig plus gestopt omdat ik het veel te druk heb. Van mijn vrienden hoor ik hoe dit initiatief zich ontwikkelt. Ik hoop dat er daadwerkelijk iets als samenwerking zal ontstaan, want dat betekent dat het Nivon ook na je zesentwintigste nog een rol kan spelen in je leven.’

Kritische beweging

Op de vraag hoe het Nivon er over tien, vijftien jaar uit zou moeten zien, zegt Ernst. ‘Eigenlijk vind ik dat een beweging van 44.000 leden meer van zich zou moeten laten horen. Een politieke beweging zijn we niet, maar soms is het mij te veel gericht op het recreatieve deel van de beweging. Ik vind dat je best meer mag zeggen over bijvoorbeeld het milieu of de uitbreiding van Schiphol. Het Nivon is een beweging van progressief denkende mensen. Je verwacht dan ook een kritische houding van wat er in de samenleving gebeurt. Voor mij mag het pittiger.’